Slapende honden moet je wél wakker maken

Leestijd 4 minuten

Waarom benoemen wat je ziet essentieel is voor goed faciliteren

Het gezegde “slapende honden moet je niet wakker maken” klinkt verstandig. Want waarom onrust veroorzaken als het rustig lijkt? In de nieuwe workshop Hoe word je een superfacilitator? van Beeckestijn Business School werkt dat precies andersom. Wie faciliteert en wegkijkt laat kansen liggen. Goed faciliteren begint bij zien wat er gebeurt en dat benoemen. Juist dan ontstaat beweging, betrokkenheid en draagvlak.

Stilte is geen instemming

Stel je een workshop voor met twaalf deelnemers. het gesprek loopt. Drie mensen zeggen niets. Ze knikken, ze schrijven en kijken aandachtig. Voor een onervaren facilitator voelt dit prettig. Geen weerstand. Geen vertraging.

Maar die stilte is zelden leeg.

Vaak zit daar de scherpste denker. De meeste ervaring, of degene die ziet dat de groep afkoerst op een verkeerd besluit. Niet omdat die persoon niet vindt, maar omdat niemand erom vraagt.

Als facilitator is het jouw taak om dat wél te doen.

Wat je ziet, is informatie

Faciliteren is observeren. Je let niet alleen op wat er gezegd wordt, maar ook op wat er níet gezegd wordt: gedrag. Je let op wie zwijgt en aarzelt. Op blikken, zuchten en halve zinnen. Op de persoon die drie keer wil spreken en toch stopt. Op de lichte frons bij een besluit dat “unaniem” wordt genomen.

Al die signalen zijn data. En die data behoort aan de groep toe, niet aan jou.

Wanneer je als facilitator iets opmerkt dat relevant kan zijn voor de groep, is het jouw verantwoordelijkheid dat te benoemen. Niet om te oordelen, niet om te provoceren, maar om het beschikbaar te maken.

Je kunt het licht houden: “Ik zie dat nog niet iedereen heeft gereageerd. Wat denken jullie?” Of directer: “Ik merk twijfel in de groep. Wat houdt mensen tegen?”

Benoemen is geen aanval. Het is een uitnodiging.

De prijs van niets zeggen

wat gebeurd er als je het niet benoemd? Dan neem je onbedoeld een besluit namens de groep. Je doet alsof stilte instemming is. Alsof twijfel niet telt. Dat de persoon die zijn mond drie keer opendeed en weer sloot, kennelijk niets te zeggen had.

Maar besluiten die zo ontstaan, houden zelden stand. Ze worden later afgezwakt, genegeerd of ondermijnd. Niet uit onwil, maar omdat mensen zich nooit echt verbonden voelden.

Draagvlak ontstaat niet door instemming te veronderstellen. Het ontstaat door mensen actief te betrekken.

Betrekken is meer dan vragen stellen

Iedereen betrekken betekent niet dat je iedereen verplicht iets te zeggen. Het betekend dat je actief ruimte creëert, en die ruimte zichtbaar maakt. Dat je signaleert wie nog niet aan het woord is geweest. Dat je de dominate stem vriendelijk maar duidelijk wat ruimte laat maken. Dat je de introverte denker uitnodigt zonder te dwingen.

Concrete technieken helpen hierbij. Laat iedereen eerst individueel opschrijven wat hij of zij denkt, voordat de discussie begint. Ga de ronde langs. Gebruik werkvormen waarbij bijdragen anoniem of gelijktijdig worden ingebracht. Stel de vraag aan de groep én aan een specifiek persoon: “Wat denkt de groep hierover? En jij Marc? Jij kent dit proces van binnenuit, wat zie jij?”

Maar boven alle technieken staat de houding: de overtuiging dat elke stem in de ruimte er toe doet. Dat niemand decoratie is. Dat de persoon die het minst spreekt, soms het meest te zeggen heeft.

Moed als facilitatievaardigheid

Het benoemen van wat je ziet vraagt moed. Zeker als de sfeer gespannen is, als er hiërarchie in de ruimte aanwezig is, of als het benoemen van een observatie betekent dat je een ongemakkelijk onderwerp aansnijdt. Maar dit is precies waar goed faciliteren van slecht verschilt. Een facilitator die alleen begeleidt wat gemakkelijk is, voegt weinig toe. Een facilitator die ook het moeilijke bespreekbaar maakt, die de slapende honden wakker maakt, ook als het even onrust geeft dat is degene die de groep verder brengt dan ze alleen zouden zijn gekomen.

Want onrust die benoemd wordt, kan worden opgelost. Onrust die onder het oppervlak blijft, vreet aan het resultaat.

Tot slot

De beste facilitators zijn geen sprekers. Ze zijn waarnemers. Ze lezen de ruimte zoals een ervaren dirigent zijn orkest leest: niet alleen op wat er klinkt, maar ook op wat er bijna klinkt. En ze zijn niet bang om te zeggen wat ze zien.

Slapende honden laten liggen? In de vergaderzaal is dat een recept voor besluiten zonder draagvlak, energie zonder richting en groepen die hun eigen potentieel nooit waarmaken. Maak ze wakker. Vriendelijk, uitnodigend, professioneel, maar maak ze wakker. Dat is waar het bij faciliteren om gaat.

Delen